Professoren

Professoren

Vanaf het begin wonen er Leidse profesoren aan de Rijnsburgerweg. Die nemen snel in aantal toe als in 1928 het Academisch Ziekenhuis op nr 10 zijn poorten opent. Naast medici is het een rijkgeschakeerd gezelschap met alpha’s , beta’s en gamma’s.
De beroemdste is ongetwijfeld Willem Einthoven, al op zijn 25ste hoogleraar fysiologie, uitvinder van het elektrocardiogram en Nobelprijswinnaar in 1924. Hij woont op Rijnsburgerweg 23.

Een lange wooncarrière (eerst op nr 20) heeft prof.jhr.mr.dr. Willem van Eysinga (foto, 6de van rechts), wiens villa op nr 100 vanwege zijn positie aan het Permanent Hof van Justitie in de oorlog extraterritoriaal gebied is.
Meerdere professoren participeren tijdens de oorlog in  het verzet,  anderen proberen te schipperen en enkelen kiezen voor Duitse zijde.  Twee van hen worden na de oorlog tijdelijk door de universiteit geschorst, een krijgt meteen ontslag.

Waar woonde die bekende professor? 

2: J.W. Muller (Neerlandicus)
3: Gerardus Jelgersma (psychiater, Jelgersmakliniek), later Pieter van der Hoeven (gynaecoloog, kraamkliniek)
4. Evert van Leersum (eerste hoogleraar farmacologie in NL)
5: Johannes Carpentier Alting (president Hooggerechtshof, Nederlands-Indië)
13: Eduard Meijers (ontwerper Nieuw Burgerlijk Wetboek)
14: Jan van der Hoeve (oogheelkundige, hoofdrol in hooglerarenverzet)
16: Pieter Zeeman Gzn (wiskundige, neef van gelijknamige Nobelprijswinnaar), later Gilles Andre de la Porte (Indisch recht, na periode in Nederlands -Indië)
18: Laurens Knappert (theoloog en predikant)
20: Wander de Haas (natuurkundige, bekend van Einstein-De Haas effect)
23: Willem Einthoven (Nobelprijswinnaar, uitvinder electrocardiograaf)
29: Rudolph Cleveringa (protestrede tegen Duitse bezetter)
31b: Frans Kuiper (Sanskriet)
31d: Siegfried Bok (neuroloog, verbleef in kamp Vught)
32: Willem van Iterson (rechtshistoricus, ontslagen in 1945)
36: Carel Koningsberger (chemicus), later János Szirmai (histofysioloog en vermaard boekbinder)
42: Christiaan Uhlenbeck (taalwetenschapper, Humboldtiaans linguïst), later Johan Goslings (reumatoloog en raadslid)

43: Ton Barge (anatoom, protestcollege tegen Duitsers), Lourens Baas Becking (microbioloog, directeur Hortus Botanicus)
43a: Frederik Korff (theoloog, auteur van ‘En toch is God liefde’)
54: Willem Nagel (criminoloog en schrijver-dichter)
77a: Cornelis de Boer (Romaanse Talen)
78: Willem Suermondt (heelkunde, zijn villa gesloopt door Duitsers in 1944)
95: Cees Berg (Javaanse Talen, ’42-’45 gevangene in Batavia en Bandung)
100: Jhr. W.J.M. van Eysinga  (rechter Permanent Hof van Intern. Justitie)
116: George Lignac (anatoom, omgekomen bij vliegtuigramp met Triton in 1954)
127: Herman Lam (directeur Rijksherbarium, ontdekker Nepentes Lamii)
130: Piet de Boer (oudtestamenticus, onderduikadres in de oorlog)
139: Karl Martin (geoloog, eerste directeur van latere Naturalis)
150: Berend Escher (geoloog, eerste rector magnificus na de oorlog), later Hilbrand Boschma (zoöloog, gespecialiseerd in ongewervelde dieren)
169: Bernard van Groningen (classicus en oprichter Leids Papyrologisch Instituut)
179: Hendrik Bungenberg de Jong (medisch chemicus)

Zoals over professoren prachtige anecdotes bestaan, geldt dat ook voor de vele doctoren aan de weg. Wordt vervolgd.

Een spraakmakende professor aan de Rijnsburgerweg 33 is Reinder Pieters van Calcar (1872-1957), door zijn collega Barge bijgenaamd ‘de ruige’. Als eerste hoogleraar Bacteriologie drijft van Calcar een veevoederfabriek in Zoeterwoude, waar visafval tot in de wijde omtrek voor stankoverlast zorgt. In 1935 woedt een heftige strijd om zijn leerstoel, die eindigt met zijn ontslag. Vergeefs probeert hij alsnog met een vlammend protest bij de regering zijn gelijk te halen. Van Calcar is de lijfarts van de beroemde Arabist Snouck Hourgronje in diens laatste levensjaren en  de enige aanwezige bij diens begrafenis. Zelf overlijdt Van Calcar  thuis na een kolenvergiftiging.
De buurt kent hem als de professor die van oude vloerplanken voor zijn kinderen een kano bouwt om in de Poelwetering te varen, die bij de tewaterlating als een baksteen naar de bodem zakt.