Verhalen en anecdotes

sneak preview

‘Schat, je zou een rokkostuum aantrekken’
Rijnsburgerweg 23

Na een dag hard werken in zijn laboratorium snelt Willem Einthoven zich naar het chique diner, zijn vrouw is al gearriveerd. Bij zijn aankomst schrikt zijn vrouw zich een ongeluk. De professor staat nog in zijn laboratoriumjas. Zij stuurt hem terug om zijn rokkostuum te halen. Onderweg gaan zijn gedachten weer naar zijn snaargalvanometer waarmee hij hoopt als eerste betrouwbare ECG’s te maken. Een kwartier later komt Einthoven terug: ‘Ik was vergeten waarom ik naar huis moest… en heb maar een schone zakdoek voor je meegenomen.’ In 1924 krijgt Einthoven de Nobelprijs voor Geneeskunde.

Met dank aan Ineke van der Wal

‘Dan bouwen we er een huis bij’
Rijnsburgerweg 123

Kort na de bevrijding in ’45 krijgt het echtpaar Genet het verzoek om in hun ruime vrijstaande villa Toerie het verzoek tijdelijk onderdak te bieden aan landgenoten die door de oorlog dakloos zijn geworden. Ze vinden dat bezwaarlijk, maar de heer des huizes weet wel een oplossing: hij laat een nieuw huis bouwen… in zijn achtertuin. Dit huis is nu Anthony Duycklaan nr 12.

Met dank aan Lies Eichhorn

Schelden op uitnodiging
Rijnsburgerweg 22

In paniek belt mevrouw Heestermans ’s om 11 uur avonds aan bij de buren. Haar telefoon staat roodgloeiend. Bellers slingen haar de verschrikkelijkste verwensingen naar het hoofd en nu durft ze niet meer op te nemen. De buurman snelt te hulp en hoort de bellers geduldig aan: ‘Gratekut! Klootviool! Luilebol!’  Meneer Heestermans, taalwetenschapper, heeft zojuist bij Jongbloed & Joosten het televisiepubliek gevraagd om suggesties voor scheldwoorden. Daarbij verscheen zijn privénummer bij 4 miljoen kijkers thuis groot in beeld. In 1989 verschijnt zijn scheldwoordenboek Luilebol.

Met dank aan Hans Heestermans en Martien de Groot

‘Aan de Rijnsburgerweg, meneer’
Rijnsburgerweg 73a

Eind jaren ’50 wordt Jaap Bol verliefd op een meisje. Het is tijd om eens kennis te maken met haar ouders in de Leidse binnenstad. Bij de koffie vraagt de vader waar Jaap woont. ‘Aan de Rijnsburgerweg, meneer.’ De rest van de avond wordt hij met u aangesproken.
Jaap woont in die jaren in het rijtje kleinste huizen aan de Rijnsburgerweg, in de beginjaren vooral verhuurd aan spoor- en trampersoneel.

Met dank aan Jaap Bol

Hongerstaking om een erfenis
Rijnsburgerweg 79

‘Van ons mag je hier blijven wonen,’ vertellen de nieuwe eigenaren aan de laatste bewoner van het huis met 13 kamers. Op zolder woont Aad van Heeringen. Zijn schoonfamilie voerde de afgelopen jaren een rechtszaak tegen hem en zijn vrouw Elly Lancel. De familie wil haar erfdeel te gelde maken. Heel Leiden volgt de kwestie via de krant. Als de rechter beslist dat Aad het huis na 33 jaar moet verlaten, gaat hij met medeweten van zijn huisarts in hongerstaking. In de winkel koopt hij alleen nog waxinelichtjes om te branden voor zijn onlangs overleden vrouw. Na 11 dagen overlijdt hij.

Met dank aan Marga Kroon

Geen schrijver, maar worstelkampioen
Rijnsburgerweg 105

De boomlange Jaap Grobbe en Jan Wolkers zijn in hun jeugd, jaren ’30, gevreesd om hun spierballen. Frits Hotz, net als Wolkers later schrijver, ervaart dat een keer aan de lijve.
Jaap wordt geen schrijver, hij is een avonturier en vertrekt tegen het einde van de oorlog naar Parijs. Vandaar vliegt hij met de Amerikanen naar de VS – zonder paspoort. Aangekomen bij de douane op de militaire luchthaven beweert hij iets in het vliegtuig te hebben laten liggen, loopt terug, houdt zich schuil en klimt als het donker is ongezien over de afrastering. Naast zijn baantjes begint hij met worstelen en wordt wereldkampioen. Op de foto Jaap Grobbe en Jan Wolkers in de jaren ’90 bij het Theehuis Leidse Hout.

Met dank aan Douglas Grobbe

Dat wordt een boete, jongeman
Rijnsburgerweg 35

In 1923 maakt de 18-jarige Henk Jesse, zoon van de architect, op de zolder van De Keet (foto) als eerste Nederlander een radioverbinding met Amerika. Hij krijgt daarvoor geen onderscheiding, maar een proces verbaal. Dat wordt een slepend proces, want de Jesse’s leggen zich niet neer bij de boete. Toch verklaart de rechter de dader schuldig aan overtreding van de Telegraaf- en Telefoonwet.
De zender is later geschonken aan het voormalige PTT Museum. De restauratie van de ontvanger is kleurrijk beschreven door Geert Paulides.
Henk Jesse drijft tot 1996 de Apparaten- en Transformatorenfabriek in Leiden.

Met dank aan Anneke Jesse

Kraakpand voor de professor
Rijnsburgerweg 36

Per 1 juni 1979 zal de professor Lammert Leertouwer van Groningen naar Leiden verhuizen. Maar zodra het huis leegkomt bezet een groep Canadese krakers de ruime woning. De suggestie van de vorige eigenaar om een knokploeg in te schakelen ziet de theoloog annex dominee niet zitten. Als overleg ook niets oplevert wordt ’s nachts heimelijk de hardstenen ingang onder de voordeur verwijderd om de hoofdkraan af te sluiten. De volgende dag verlaten de krakers het pand, nadat ze in razernij eerst in alle kamers een reut televisies kapot hebben gesmeten. De onzichtbare splinters nopen de familie tot uiterste voorzichtigheid. Nog maanden zitten ze zonder centrale verwarming en moeten voor wc-bezoek naar het nabijgelegen Leiden Centraal.

Met dank aan Lammert Leertouwer

Eerste mandarijn op zwavelzuur
Rijnsburgerweg 54

Nietsvermoedend doet Ernst Nagel de voordeur open. Voor hem staan twee mannen in licht beschonken toestand: ‘Is je vader thuis?’  De jongen schudt van nee. ‘Dat is maar goed ook, want anders hadden we ‘m doodgeslagen!’ Lachend  lopen de mannen naar de overkant. Het zijn Willem Frederik Hermans en Fokke Sierksma op zoek naar J.B. Charles, schrijversnaam van criminoloog Willem Nagel. Verwikkeld in een heftige polemiek heeft Nagel Hermans eens uitgemaakt voor ‘fascist.’ Hermans’ wraak is zoet. In Mandarijnen op zwavelzuur is Charles/Nagel een ‘literaire gorilla die zich uitvoerig op de borst trommelt alvorens de ring in te gaan.’ Ook voert hij hem op als de wat dubbelhartige professor Karelsen in zijn satire Onder professoren. 

Met dank aan Ernst Nagel

Geen graftekst alsjeblieft
Rijnsburgerweg 75

‘U weet dat hier de bekende schrijver F.B. Hotz heeft gewoond?’ vraagt de vertegenwoordiger van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. De bedoeling is om een gedenksteen aan te brengen met Hotz’ uitspraak Alles eindigt in ironie. De altijd goedgemutste bewoners voelen weinig voor deze ‘graftekst’. Ze weten in de ramsj nog enkele boeken van Hotz te bemachtigen en ontdekken dat Hotz als jongen uren kon turen door een ribbelige vaas waarin de Rijnsburgerweg zich eindeloos herhaalde. Steenhouwer Marc de Groot wist er raad mee.

Met dank aan Mariska Eyck en Gerard Ligthart

Thuis aan de snijtafel
Rijnsburgerweg 136

De nieuwe bewoners, beide patholoog-anatoom, in de volksmond lijkensnijders genoemd, zijn trots op de verbouwing van hun huis. Als de buurvrouw op bezoek is, valt haar oog op het keukenblad: ‘Mevrouw, is het keukenblad niet wat hoog voor u?’ Zonder blikken of blozen is het antwoord: ‘Het is precies goed, want even hoog als mijn snijtafel.’

Met dank aan Elisabeth ten Hove