Al een eeuw in de familie

Frans Pieter Muller, leerling van Jelgersma en bij deze cum laude gepromoveerd, laat in 1923 aan de Rijnsburgerweg een monumentale woning annex praktijk bouwen. Daar vestigt hij zich als zenuwarts. Muller behoort na Jelgersma met collegae als Stärcke en Westerman Holstein tot de eerste psychoanalytici in Nederland. Hij is actief zowel binnen de landelijke als de Leidse vereniging voor psychoanalyse en laat als privaatdocent aan de Leidse universiteit studenten kennis maken met de theorieën rondom de psychoanalyse. Zijn artikelen en boeken, waaronder het nog alleszins leesbare Mensen die niet begrepen worden, blijven interessant voor wie zich een beeld wil vormen van de ontwikkeling van de psychotherapie in de jaren twintig en dertig. Hij trouwt met een patiënte (foto onder), die later tegen de kinderen zal zeggen: ‘na het eerste consult bij je vader had ik het gevoel alsof hij pijnlijke doornen uit me had weggetrokken’. Het zijn de jaren waarin menigeen zich schaamt voor een bezoek aan de psychiater. Zo vertelt Muller dat een student eens via de tuin van de buren achterom binnenkwam uit angst dat zijn studiegenoten hem ‘krankzinnig’ zouden verklaren.

Een van de kinderen is Gerbrand Muller. Als jongetje maakt hij een gedetailleerde kaart (foto onder) van het bos rond het landhuis Nieuweroord, waar hij en zijn zusje Bella samen spelen metKoos Visser, kleinzoon van de eigenaar van het landhuis, de heer Bosman. Ook Gerbrands vader was een fantasierijk tekenaar in zijn jeugd.

De Tweede Wereldoorlog zijn zware jaren voor de familie Muller. Vader zakt, verzwakt door voedseltekort, op de terugweg van een patiënt vlakbij huis op straat ineen. Om op krachten te komen verblijft hij na tussenkomst van collega’s enkele weken in de Jelgersmakliniek. De kinderen worden opgevangen door families die dankzij hun contacten met boeren nog voedselvoorraden hebben kunnen aanleggen. Op 10 maart 1945 vallen Duitsers het huis binnen om de daar ondergedoken patiënt Alex Meijler op te pakken. Enige weken later wordt het huis samen met een reeks andere huizen aan de Rijnsburgerweg door de Duitsers gevorderd. De familie Muller wijkt uit naar de achter hun huis gelegen villa Van Eysinga (nr 100), in de oorlog extra-territoriaal gebied, waarheen in dezelfde tijd een aantal evacués hun toevlucht had gevonden. Over zijn beleving van de dagen na de bevrijding schreef Gerbrand het autobiografisch verhaal Gras, opgenomen in zijn verhalenbundel Avond, Nacht, Morgen.

Tot op hoge leeftijd oefent Frans Pieter Muller zijn praktijk uit. Het Leidsch Dagblad plaatst geregeld zijn ingezonden brieven, zoals de keer dat hij 1400 motorrijtuigbewegingen per uur telde in de spits op de Rijnsburgerweg. Hij overlijdt in 1973, 90 jaar oud.

Het huis wordt verkocht aan de schoonfamilie van Gerbrand. Zijn schoonzuster en zwager ontdekken in de kelder enkele honderden lege wijnflessen, die zij gebruiken om het terras aan de achterzijde van het huis op te hogen.

Bouwjaar:  1923

Opdrachtgever: F.P. Muller

Architect: M. Koert

Eerst bewoner: Frans Pieter Muller, zenuwarts

Bijzonderheden:  Woning en praktijkruimte met wachtkamer, psychoanalyse kamer en 2 bodekamers. Trappenhuis, deuren, glas-in-lood ramen (foto boven) en plafonds in art deco stijl.