Jan Wolkers

Als een slagader loopt de Rijnsburgerweg door de jeugd van Jan Wolkers. Over dit ‘voorportaal van het woeste stadsleven’, wandelt hij naar de Leidse Houtschool, naar zijn vriend Jaap Grobbe op nr 105 of naar zijn baantje op het landgoed van Eduard Bosman op nr 124. Daar maakt hij eens voor kerst een kalkoen buit die bij thuiskomst een pauw blijkt te zijn. In 1947 woont hij samen met Maria de Roo op de bovenverdieping van nr 151 en krijgt het gezin twee kinderen.  Veel  herinneringen aan de weg zijn terug te vinden in zijn roman Terug naar Oegstgeest.  

P.N. van Eyck

In zijn puberjaren voert makelaarszoon Pieter Nicolaas van Eijk (nog zonder c) in Villa Antoinette op Rijnsburgerweg 4 correspondentie met de dichter Albert Verwey, die hij jaren opvolgt in Leiden opvolgt als hoogleraar Nederlandse Taal- en Letterkunde. In 1926 verschijnt zijn beroemdste gedicht De tuinman en de dood, afgebeeld op het P.N. van Eyckhof aan de Witte Singel. Literatoren betwisten elkaar of dit gedicht een kwestie van plagiëren of inspireren is, gezien de gelijkenis met een gedicht van de Franse schrijver Cocteau.

J.B. Charles

Criminoloog Willem Nagel gaat tijdens het verzet in de oorlog schuil onder de naam J.B. Charles, later zijn schrijverspseudoniem. Vanaf begin jaren ’50 woont hij op Rijnsburgerweg 54 en krijgt op een dag bezoek van de dichter Gerrit Achterberg: ‘Wist je dat jouw huis precies tussen waanzin en wetenschap ligt?’ Het is van daar even ver lopen naar de psychiatrische inrichting Rhijngeest (nu gemeentehuis Oegstgeest) als naar het Leidse Academiegebouw.
Het zijn de jaren waar hij in o.a. café De Vergulde Turk zijn bestverkochte boek Volg het spoor terug schrijft. Uit zijn poëzie kent menigeen het gedicht:

Hij alleen zou met een grote sigaar
In de mond op straat mogen lopen,
Met de duimen in zijn vest,
Want Hij is God.
Maar Hij doet het niet
Want Hij is God.

F.B. Hotz

Geen schrijver schrijft een grotere ode aan de Rijnsburgerweg dan F.B. Hotz. Talrijk zijn de verhalen waarin de Weg – dikwijls met een hoofdletter –  een hoofdrol speelt. Befaamd zijn de Tramrace en De verplaatsing, waaraan ook de plaquette boven de deur van nr 75 –  het adres van zijn jeugd – herinnert.

Als verdienstelijk trombonist raakt hij tijdens een optreden op Sociëteit Minerva in gesprek met een jonge dame. Vanwege zijn beperkte gezichtsvermogen herkent hij haar niet. Als een bandlid vertelt dat het prinses Beatrix is mompelt hij: ‘Ik dacht al dat het niets zou worden.’

Uit: De verplaatsing:

“Ik geloof van de weg de wiskundig strakke en glanzende rails het mooiste gevonden te hebben. De trams die het huis vredig deden trillen hadden hun geruststellend vaste dienst tot in de nacht.”

Adolf van Dijk en A.J.M. van Dijk

Vader en zoon Van Dijk op nr 37 zijn beide kunstschilder. Vader Adolf reist door het hele land als illustrator voor De Katholieke Illustratie, is bestuurslid van de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam en exposeert. Hij schildert nog juist voor zijn overlijden in 1924 het portret van Nobelprijswinnaar Willem Einthoven dat in de Senaatskamer van het Academiegebouw hangt. Ook van zijn veelzijdige zoon Albert van Dijk wordt af en toe nog werk aangeboden.

Willem Hendrik Mühlstaff (1894 – 1982)

Deze kunstschilder woont in zijn Leidse periode tussen 1930 – 1969 op nr 52. Op veilingen komt men soms werk van Mühlstaff tegen. Hij doceert aan de Rotterdamse
Academie voor Beeldende Kunsten en maakt figuurvoorstellingen, kerkinterieurs, stadsgezichten en stillevens. Met enige regelmaat is zijn werk te koop op kunstveilingen.

Piet Gertenaar

Tijdens vakanties tekent deze beroepsillustrator stads- en landschapsgezichten. Zijn vrouw hangt ze op de caravan en weet ze aan voorbijgangers te slijten. Piet Gertenaar illustreert ook kinderboeken (Waarom Pieterbaas zwart is, 1948), pop-up boeken, strips, reclameposters en affiches. Werkt een tijd in Parijs en Erfurt (D). Lid van Ars Aemula in Leiden.
Zijn zeldzame spotprenten van kort na de oorlog (‘Krakende fietsen duren het langst’) liggen in het Rijksmuseum en zijn gewild op veilingen.

Steven van Groningen

Steven van Groningen is pianist, componist en muziekpedagogoog en woont op nr 81. Hij is een leerling van Frans Listz, schrijft zelf pianoconcerten en treedt zeven keer op met het Concertgebouworkest in Amsterdam. Jarenlang directeur van de Leidse muziekschool en auteur van een handleiding voor klavierspel.

Vandaag de dag

Ben Geurts woont al sinds 1966 op nr 6 en is de langstlevende kunstenaar en schilder aan de Rijnsburgerweg. Schuin tegenover hem woont op nr 5 kunstschilder Loukie Hoos met een al even uitgebreid repertoire (onder). Op nr 75 is het atelier van de Happy Artist, Mariska Eijck (links). Op nr 102 woont kunstschilder en beeldend kunstenaar Eva Elbaum (rechts).